5.Edelstenen herkennen

1.Diamant. Bestaat uit koolstof maar dankt zijn naam aan de schittering/hardheid. Grieks: adamas, de onbedwingbare. Diamant is moeilijk te slijpen. Daarom zijn briljant geslepen stenen zo duur; daar zijn 58 vlakjes (facetten) aan geslepen. Diamant komt in veel kleuren voor. Diamant wordt gevonden in Zuidelijk- en West Afrika, in China, Australië en Brazilië. De kleurloze, doorzichtige diamant wordt het meest op prijs gesteld en is bijna onbetaalbaar. In sieraden zit veel namaak. Bijvoorbeeld een zirkoontje (cubic circonia). Of soms glas op zilverpapier (strass-diamant).

2.Robijn. Dankt de naam aan z'n rode kleur. Latijn: ruber, rood. Robijnen groter dan één centimeter zijn zeldzaam. En als de kleur er als “duivenbloed” uitziet is hij soms duurder dan diamant van dezelfde grootte. Mooie robijnen komen uit Birma. Robijnen met insluitsels worden vaak als een bolletje, cabochon geslepen. Dan wordt een zesstralige ster zichtbaar. Sterrobijnen worden veel gekocht in Azië.

3.Saffier. Is blauw, maar er bestaan ook anderskleurige saffieren. De padparascha (Singalees: lotusbloem) is een oranje gele saffier. Saffier wordt over de hele wereld gevonden. Uit Sri Lanka komen saffieren met een mooie “korenbloemen” blauwe kleur. Die zijn erg duur.

4.Smaragd. Genoemd naar zijn groene kleur. Grieks: smaragdos, groen. Heldere smaragd met een mooie diepgroene kleur komt uit Colombia (dagbouwmijnen). Vaak is smaragd troebel door insluitsels. Dat wordt wel “jardin” genoemd en het wordt gebruikt als “bewijs” van echtheid ten opzichte van synthetische stenen.

5.Aquamarijn.Genoemd naar zijn mooie heldere blauwe kleur. Grieks: water van de zee. De steen wordt gevonden in alle werelddelen. Verwisseling is mogelijk met blauwe topaas.

6.Topaas. Heeft veelal de zachtere kleuren goudgeel, bruingeel of blauw. Helder blauwe topaas is vaak “behandelde” kleurloze topaas. Topaas komt veel uit Brazilië, Rusland. Maar eigenlijk uit de hele wereld.

7.Granaat. Dankt zijn naam aan zijn ruwe vorm. Latijn: korrel. Granaat wordt ook “karbonkelsteen” genoemd. Diep donkerrode variëteiten zijn pyroop (Grieks: vuurrood) en almandien (een dorpje in Azië?). Ze worden over de hele wereld gevonden. In Europa veel in Tjechië. Om de kleur lichter te maken worden deze stenen “plat” geslepen (Hollandse roos) of aan de onderzijde nog wel eens uitgehold en gevuld met zilverpapier. Er zijn ook groene varëteiten: grossulaar en demantoiet. Demantoiet heeft de glans van diamant en is de meest waardevolle granaat. Hij wordt gevonden in Rusland, in het Oeralgebergte.

8.Toermalijn. Heeft een grote kleurenrijkdom. Toermalijn kwam vroeger veel uit Ceylon (Sri Lanka) en werd hier toeramali (Singalees) genoemd. Ruwe tourmalijn met een rode kern en een groene omhulling wordt wel watermeloen genoemd. Rubelliet is een mooie, waardevolle rose rode variëteit. Verdeliet is de groene variëteit. Door wrijven wordt toermalijn (piëzo-)elektrisch geladen en trekt dan bijvoorbeeld papiersnippers aan. Belangrijke vindplaatsen liggen in Madagaskar en Brazilië.

9.Opaal. Kwarts met de eigenschap tot opaliseren; door lichtbreking ontstaan regenboogkleuren. De mooiste opaal met prachtige kleuren (“zwarte” opaal) wordt wel harlekijnopaal genoemd en komt uit Australië. Daar komt ook witte opaal vandaan. Vuuropaal, met de heldere rode of oranje kleur komt uit Mexico. Evenals de kleurloze “wateropaal”.

10.Kwarts. Is zo'n beetje de meest voorkomende edelsteen. De grof kristallijne kwarts bestaat uit de kleurloze bergkristal, de paarse amethist, de geelgroene citrien, de rookkwarts en de rose kwarts. De fijn kristallijne kwarts bestaat uit chalcedoon, agaat, jaspis, carneool, onyx en tijgeroog. Bergkristal is genoemd naar bevroren water. Grieks: kristallos = ijs. Bergkristal heeft soms prachtig insluitsels van rutiel of toermalijn. In de Rijn werden veel rolsteentjes van bergkristal gevonden: Rijnkiezel. Synthetische kwarts wordt gebruikt in de industrie. Bijvoorbeeld in horloges.

11.Amethist. De paarse, violette kwarts wordt amethist genoemd. Veel amethist is doorzichtig. De mooiste kleur amethist komt uit India. Maar ook uit Brazilië en Madagaskar komen mooie exemplaren. Er zijn mensen die geloven dat amethist een gelukssteen is. Maar edelsteenkundigen noemen dat bijgeloof. Slechte gekleurde amethist wordt soms verhit om een andere maar mooiere kleur kwarts te verkrijgen.

12.Citrien. Ook citrien is kwarts en is genoemd naar de citroengele kleur. Donker gele citrien is nog wel eens verhitte amethist of rookkwarts. Al deze citrien heeft een rode zweem. Natuurlijke citrien komt uit Brazilië, Madagaskar, USA.

13.Tijgeroog. Is een ondoorzichtige kwarts waarin evenwijdig lopende vezellaagjes van de geelbruine krokydoliet zijn gegroeid. Bij het bewegen van de bol geslepen steen is het net of je een tijger/kattenoog ziet. Tijgeroog komt uit Zuid-Afrika en Australië.

14.Agaat. Kan genoemd zijn naar de rivier Achates op Sicilië, een vindplaats uit de oudheid. Agaat is een gestreepte chalcedoon (kwarts). Ze worden gevonden als knollen, vaak met een holte er in. Tijdens het groeien ontstaat er aan de buitenkant van de knol verwering en kleurverandering. In de holte, een geode, vind je soms prachtig mooie kristallen van bergkristal, amethist of rookkwarts. In Duitsland, bij Idar Oberstein, wordt veel agaat tot siervoorwerpen verwerkt. Er bestaat veel kunstmatig gekleurde agaat: een verwarmd zuurbad maakt prachtige, maar ook onnatuurlijke, kitcherige kleuren. In Idar Oberstein is een prachtig edelsteenmuseum. Je ziet de mooiste edelstenen.

15.Camee. Is een “gesneden” steen. Er is sprake van schelpcamee en van agaatcamee. Een camee ontstaat door een afbeelding of vorm in één van de lagen te snijden (slijpen). De afbeelding “ligt” dan óp de onderlaag. Een intaglio is een afbeelding die “verdiept” in een steen wordt gesneden (Engels: carving). Een zegelring is vaak een intaglio. De intaglio, in verharde klei, kwam 5000 jaar geleden al voor.

16.Jade. Zou zijn vernoemd naar het Spaanse “piedra de yada” of te wel lendensteen. De drager van deze steen zou gevrijwaard zijn van nierkwalen. Jade is ondoorzichtig en heeft veel kleuren. De Imperial Jade is smaragdgroen, deels doorschijnend en peperduur. Jade is “de” steen van China. Maar bijna alle jade hier blijkt “nefriet”” te zijn. Jade komt bijna uitsluitend voor in Birma. Nefriet (heeft een hoger soortelijk gewicht) komt uit China, Rusland. De nefriet van Nieuw Zeeland mag niet worden uitgevoerd.

17.Lapis. Lapis Lazuli, Arabisch-Latijns voor blauwe steen, komt voor in een mengsel met grijs of wit gesteente (calciet, marmer). In de mooiste lapis zitten goudkleurige pyrietdeeltjes. Lapis wordt gevonden in Afghanistan, Rusland en Chili. De zogenoemde Duitse lapis is kunstmatig blauw gekleurde jaspis.

18.Malachiet. Is genoemd naar de groene kleur. Grieks: malache, groen. Deze licht- en donkergroene knol- of trosvormige steen komt vooral uit Zaïre (het vroegere Congo). Uit Zimbabwe komt de lichter gekleurde malachiet. Fijn gemalen malachiet word gebruikt als grondstof voor verf. Bij een malachietpauwoog heeft de slijper kunstig gebruik gemaakt van de concentrische ringen die in malachiet voorkomen.

19.Turkoois. Een hemelsblauwe steen. Hij is genoemd naar de aanvoerweg die vroeger over Turkije liep. Turkoois komt uit Iran, Afghanistan en USA. Turkoois is vaak dooraderd met het moedergesteente. Van de groenige turkoois wordt vaak de kleur verbeterd met aniline. Door gebruik als sieraad is verkleuring mogelijk. Dus bij het handenwassen de turkooisring afdoen.

20.Parel. Groeien in oesters, mosselen of slakken. Er zijn zoutwater- en zoetwaterparels. De mooiste parels komen uit het zoute water. De parelglans ontstaat door de dakpansgewijze stapeling van hele kleine aragonietschubjes op het pareloppervlak. Een blisterparel is een “huidblaasje” in het parelmoer aan de binnenkant van de oesterschelp. In Japan worden cultivé-parels gekweekt: ze plaatsen een bolletje in de (maag van de) oester en wachten enkele jaren tot er voldoende parelmoer om het bolletje zit. Parels worden veel nagemaakt. Mallorca parels zijn glasbolletjes met gemalen visschubben (haring).

21.Barnsteen. Verharde, fossiele hars van de pijnboom Succinifera en kan 50 miljoen jaar oud zijn. Het komt voor in de kleuren: lichtgeel, bruingeel (stroop), rood, blauw, zwart en groenig. Doorzichtig en ondoorzichtig (opaak). Veel gele barnsteen komt uit het Oostzeegebied. De naam is ontleend aan de eigenschap van de brandbaarheid van de hars: de Duitsers noemden het “brennstein”. De Engelsen noemen het amber. Uit de Dominicaanse Republiek komt de zogenoemde blauwe barnsteen: de stroopkleur heeft een blauwe waas.

22.Ivoor. De witte, crèmekleurige stoottand van de olifant. Maak ook de tanden van veel andere dieren worden ivoor genoemd: nijlpaard, potvis, walrus. Fossiele tanden van bv. de mammoet noemen we odontoliet. In India worden beenderen van kamelen “gefineerd”, uitgerold, beschilderd en verkocht als schilderijtjes ingelegd met kleine edelsteentjes.. Knolletjes van de palmboom staan bekend als plantaardig ivoor.

23.Koraal. De mooiste bloedkoraal, de corallium rubrum, heeft een zogenoemde ossenbloedkleur. Zeeuwse knopen hebben vaak bloedkoraal. Koraal zijn kalkskeletten die poliepen in hele kolonies in zeewater uitscheiden. De takjes worden gepolijst. Koraal komt voor in de kleuren wit,rood,rose, De rose "engelenhaarkoraal " is erg duur. De zwarte en blauwe is buigbaar: leerkoraal. Koraal wordt geverfd en er is veel namaak.

1.Geologie
Onze aarde is waarschijnlijk 4 – 5 miljard jaar geleden uit een geweldige explosie ontstaan. Daarna begon een afkoelingsproces waardoor de aardkorst werd gevormd. De aardkorst bestaat voor een groot gedeelte uit gesteenten. Gesteenten bestaan uit mineralen of uit een mengsel van mineralen. Zo is het gesteente graniet een mengsel van de mineralen veldspaat, kwarts en mica. Het gesteente lapis lazuli bestaat uit een combinatie van lazuriet, sodaliet, calciet en pyriet.

De op de aarde voorkomende gesteenten worden in drie groepen verdeeld: 1. uitvloeiingsgesteenten (gestold magma); door erosie (inwerking van wind, regen en water) kan (2) sedimentgesteente ontstaan en door de inwerking van druk en temperatuur kan binnen de aarde uitvloeiingsgesteente en sedimentgesteente van karakter veranderen waardoor (3) metamorf gesteente ontstaat.

Mineralen worden gekenschetst door een bepaalde chemische samenstelling en een vaste structuur. De overgrote meerderheid heeft een kristallijne structuur. Zij zijn van niet organische oorsprong en hebben tamelijk constante natuurkundige eigenschappen.

2.Edelstenen
Sommige mineralen en gesteenten worden op grond van bepaalde kenmerken zeer gewaardeerd. Zij onderscheiden zich van anderen en worden daarom edelstenen genoemd. De volgende eigenschappen dienen dan aanwezig te zijn: (1) schoonheid; (2) zeldzaamheid; (3) duurzaamheid; (4) vraag; (5) traditie en (6) draagbaarheid.

De aarde kent duizenden mineralen. Uit die duizenden zijn er ongeveer 100 die als ‘edel' gekarakteriseerd kunnen worden. De heft daarvan wordt met enige regelmaat in de juwelenindustrie aangetroffen.

De natuur levert ons niet alleen mineralen en gesteenten. Ook materiaal van organische (planten en dieren) oorsprong kan fraaie materialen opleveren. Denk maar eens aan parels, git, ivoor en barnsteen. Deze materialen worden ook tot de edelstenen gerekend hoewel van stenen geen sprake is.

Ook mensen zijn in staat edelstenen te laten ontstaan. In laboratoria ontstaan prachtige edelstenen die nauwelijks zijn te onderscheiden van de in de natuur ontstane stenen. De zogeheten synthetische edelstenen beschikken over exact dezelfde chemische en natuurkundige eigenschappen als hun in de natuur gevormde broers en zussen.

3.Edelsteenkunde
Edelsteenkundigen (ook wel gemmologen genoemd, naar het latijnse gemma dat edelsteen betekent) houden zich bezig met het bestuderen van de oorsprong en de verschijningsvormen van edelstenen. Determineren (het bepalen van de soort) maakt een belangrijk deel uit van de dagelijkse werkzaamheden van een gemmoloog. Bij gemmologisch onderzoek wordt veel gebruik gemaakt van speciale instrumenten. Loep en microscoop zijn onmisbaar. Daarnaast wordt veel gebruik gemaakt van bijvoorbeeld de spectroscoop, de dichroscoop, de polariscoop en de refractometer. Tijdens opleidingen wordt van deze instrumenten gebruik gemaakt.

Veel edelstenen zijn bewerkt, geslepen en gepolijst, waardoor de natuurlijke eigenschappen beter tot hun recht komen. Door het bewerken ontstaan vormen die meestal met een naam worden aangeduid. Zo wordt veel diamant in de vorm van een briljant geslepen. De kwaliteit van het slijpsel wordt ook door edelsteenkundigen beoordeeld. Edelstenen worden op grote schaal verhandeld. Beurzen en internet zijn populaire bronnen. Daarbij valt al snel op dat grote prijsverschillen bestaan. Gemmologen dienen niet te worden verward met taxateurs. Edelsteenkundigen houden zich vooral bezig met soort en kwaliteit. Taxateurs kennen de actuele situatie op de markt en die kan van dag tot dag sterk veranderen. Veel edelstenen komen uit roerige gebieden waardoor vraag en aanbod een verre van stabiel beeld vertonen. Verder komen ook op deze markt veel modeverschijnselen voor waardoor bepaalde edelstenen tijdelijk uit de belangstelling verdwijnen. Voor verzamelaars een goed moment om tot aanschaf over te gaan.

4.Natuurkundige, chemische en optische eigenschappen van edelstenen
Edelstenen hebben een kristallijne structuur of zijn amorf. Amorf betekent dat de interne structuur (de atomen) niet ordelijk gerangschikt is. Daarom kennen deze stenen ook geen karakteristieke uiterlijke verschijningsvorm. Over het algemeen is bij de groei sprake geweest van een snel verlopend afkoelingsproces. Voorbeelden van amorfe edelstenen zijn: glas (komt ook in de natuur voor), banrsteen, git en opaal.

Kristallijne edelstenen hebben een bepaalde en regelmatige interne structuur. De uiterlijke verschijningsvorm kent een geometrische vorm. Die verschijningsvorm is het onderwerp van de kristallografie. Deze maakt voor het onderverdelen van de verschillende verschijningsvormen gebruik van de volgende kristallografische systemen: (1) kubisch; (2) tetragonaal; (3) hexagonaal; (4) trigonaal; (5) orthorombisch; (6) monoklinisch en (7) triklinisch.

Bij het determineren van edelstenen wordt gebruik gemaakt van hun unieke natuurkundige, chemische en optische eigenschappen. De belangrijkste daarbij zijn: soortelijke massa; splijting; hardheid; taaiheid; breuk; breking (refractie); transparantheid; glans en lichteffecten.

 
Ivoor, olifant
 








Robijn
 http://www.nedgemlab.nl  Tlf 078-6736376    Mobiel 06-2211 5440       Email:  info@nedgemlab.nl 
        
Edelstenen herkennen
 

      


Onderzoek
Tarieven
Instrumenten
Edelstenen herkennen
Slijpen
Opleidingen
Literatuur, verhalen
Adressen
Nederlands
Gemmologisch
Laboratorium















 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Saffier

 

 

 

 

 

Smaragd

 

 

 

 

 

 

 

 

Diamant

 

 

350 nJt Romeins, keizer en centauren

 

 

 

 

 

 

 

Diamant

 

 

 

Robijn

 

 

Saffier

 

 

Smaragd

 

Aquamarijn

 

 

Topaas

 

Granaat, almandien

 

 

 

Toermalijn
Opaal, zwart

 

 

 

 

 

Bergkristal, kwarts

 

 

 

Amethist, kwarts

 

 

Citrien, kwarts

 

Tijgeroog, kwarts

 

 

Agaat, geode
Camee, schelp

 

 

 

 

 

Jade, Imperial

 

 

 

Lapis Lazuli

 

 

Malachiet

 

 

Turkoois

 

 

 

 

Parel

 

Barnsteen

 

 

 

 

 

Bloedkoraal